Inhoud
|
A: Elektronische post B: Outlook Express opstarten C: De onderdelen van het venster van Outlook Express D: Een bericht versturen E: Verzenden en ontvangen van berichten F: Antwoorden op een bericht G: Verwijderen van berichten H: Bestanden meesturen met een bericht I: Het Adresboek: adressen toevoegen j: Het Adresboek: adressen gebruiken in een bericht |
A: Elektronische post
E-mail is de afkorting van electronic mail, dat betekent elektronische post.
Het grote verschil tussen e-mail en gewone post is dat e-mail erg snel op de plaats van bestemming is ook al is dat aan de andere kant van de wereld.
Het programma Outlook Express is een e-mailprogramma. Je kunt er e-mail mee schrijven, lezen en versturen.
B: Outlook Express opstarten
Er zijn verschillende manieren om het programma Outlook Express op te starten.
|
|
In de Taakbalk naast de startknop zie je het pictogram van Outlook Express. Klik daar met de muis eenmaal op en het programma wordt gestart. |
| Een andere manier is om op je bureaublad 2 keer te klikken op het pictogram van Outlook Express. |
|
Opdracht 1: Opstarten
C: De onderdelen van het venster van Outlook Express
We bekijken de onderdelen van het venster van Outlook Express:
Titelbalk Hier kun je zien welk programma geopend is, in dit geval Outlook Express.
Menubalk Hier kunnen diverse menukeuzes worden gemaakt.
Werkbalk De knoppen hebben de volgende betekenis:
| Nieuw bericht | Als je een nieuw e-mailbericht wilt schrijven. |
| Verzenden en Ontvangen | Als je berichten wilt versturen of wilt kijken of er nieuwe post is. |
| Adressen | Hierin staan de e-mailadressen van vrienden en bekenden. |
| Zoeken | Als je wilt zoeken naar een bepaald bericht. |
Onder de Werkbalk is het venster in twee of drie delen gescheiden.
Het lijkt een beetje op een postkantoor met verschillende postvakken.
| Postvak IN | Hierin staan de berichten die naar je gestuurd zijn. |
| Postvak UIT | Hierin staan de berichten die je nog moet versturen. |
| Verzonden items | Hierin staan de berichten die je verstuurd hebt. |
| Verwijderde items | Hierin staan de berichten die je verwijderd hebt. |
| Concepten | Hierin staan berichten die je nog niet af hebt en later wilt versturen. |
D: Een bericht versturen
Opdracht 2: Het venster Nieuw bericht
Ook hier zie je weer een Titelbalk, een Menubalk en een Werkbalk.
We gaan nu een e-mailbericht schrijven.
Opdracht 3: Een nieuw bericht
Er staat in een echt e-mailadres altijd een @-tekentje. Ze noemen dat tekentje apenstaartje en het staat voor het engelse 'at'. Als je een e-mailadres opzegt, zeg je info et cbv punt town punt nl. Het apenstaartje spreek je dus uit als et.
Het klinkt misschien raar, maar als je op "Verzenden" hebt geklikt wil dat niet zeggen dat de e-mail ook echt verstuurd is. Dit hangt af van de instellingen van het e-mailprogramma. Je kunt het programma zo instellen dat een e-mailbericht direct wordt verstuurd. Je kunt het echter ook zo instellen dat een e-mailbericht pas wordt verstuurd nadat je op "Verzenden en ontvangen" hebt geklikt.
E: Verzenden en ontvangen van berichten
De naar jouw verstuurde e-mailberichten worden tijdelijk verzameld in een soort postkantoor op het internet. Iedere keer als je Outlook Express opstart, controleert het programma bij het postkantoor of er nog nieuwe berichten zijn. Ook als het programma al is geopend kun je controleren of er nieuwe berichten zijn. Daarnaast kun je berichten die je verzonden had terwijl je niet met Internet verbonden was, nu echt versturen vanuit het 'Postvak UIT'.
Opdracht 4: Verzenden en ontvangen
F: Antwoorden op een bericht
Wanneer je een bericht hebt gelezen, kun je met behulp van een aantal knoppen in de Werkbalk direct antwoorden.
Het antwoorden op een bericht kan op meerdere manieren. Wanneer de schrijver het bericht aan slechts één persoon heeft gericht, dan kan het bericht beantwoord worden door op de meest linkse knop ("Afzender beantwoorden") te drukken.
Als de schrijver het bericht aan meerdere personen heeft gericht, dan kan het antwoord ook aan meerdere personen worden gestuurd door op de knop daarnaast ("Allen beantwoorden") te drukken.
Als het bericht doorgestuurd moet worden naar een ander e-mailadres, dan kies je voor de derde knop ("Doorsturen").
Opdracht 5: Antwoorden
G: Verwijderen van berichten
Natuurlijk kun je de ontvangen e-mailberichten ook verwijderen.
Opdracht 6: Berichten verwijderen
Je kunt er ook voor zorgen dat Outlook Express berichten wel rechtstreeks verwijderd. Klik daarvoor op Extra in de menubalk en daarna op Opties. Er verschijnt dan een nieuw venster. Klik op het tabblad 'Onderhoud' en schakel het selectievakje 'Berichten uit 'Verwijderde items' verwijderen bij afsluiten' in.
H: Bestanden meesturen met een bericht
Met e-mail kun je niet alleen berichten versturen. Je kunt ook bestanden, plaatjes of andere documenten, meesturen.
Opdracht 7: Bijlages
Opdracht 8: Een recept als bijlage
Opdracht 9: Een bijlage ontvangen
I: Het Adresboek: adressen toevoegen
Het Adresboek is handig omdat je de adressen van mensen die je vaak e-mail stuurt snel op kunt zoeken en de e-mailadressen niet telkens opnieuw hoeft te typen. Je kunt het zien als een soort boekje waarin je de e-mailadressen van vrienden en bekenden bewaart.
Eerst moet je het adresboek gaan vullen. Dit kan op verschillende manieren.
Opdracht 10: Adressen toevoegen
De volgende manier is nog eenvoudiger. Wanneer je van iemand een bericht hebt gekregen, kun je het e-mailadres eenvoudig toevoegen aan je adresboek.
Opdracht 11: Toevoegen aan Adresboek
J: Het Adresboek: adressen gebruiken in een bericht
Nu je Adresboek gevuld is met e-mailadressen kun je het gaan gebruiken bij het maken van een nieuw bericht.
Opdracht 12: Het Adresboek